|
|
|
|
|
|
|
Publiceer je gedicht in Meander
en bereik duizenden lezers
|
|
|
Barwoutswaerder * Woordvedetten
|
|
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1841
|
door David Troch
op
23-03-2006
|
Noem mij Barwoutswaerder. Het is een geschikte
naam voor een sprookjesfiguur. Niet dat ik een rol in een vertelling
van Grimm ambieer, het is dat wildvreemden wel eens de neiging schijnen
te hebben om in die of vergelijkbare termen over mij te keuvelen. Ik
neem die wildvreemden dat niet kwalijk. Kind of kabouter, we moeten
allemaal een naam hebben. Deze kabouter heet Barwoutswaerder. Aangenaam.
|
Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame kiezen niet altijd
zomaar voor literatuur boven wat dan ook. Zo moest een vrijdagavond
rond de schrijver Borges wijken voor een filmavond bij een jarige jeugdvriendin
van de wonderlijke jongedame. Met The Butterfly Effect kwamen bij Barwoutswaerder
herinneringen boven van een jaarovergang.
Slechts een dag later stapte
het sprookjeskoppel naar de Gentse Vooruit om met Saint Amour nog maar
eens hun liefde te vieren. Dat kan niet genoeg gebeuren. En het heeft
iets extra als het gebeurt met woordvedetten in de spotlights. Vlaams
nieuwsgezicht en presentator van de avond Annelies van Herck had de
eer die vedetten gevat in te luiden.
Barwoutswaerder verheugde zich
vooraf vooral op Hugo Matthysen, de man die de jongensjaren van onze
kabouter met spitse liedjesteksten opluisterde, die dat opluisteren
blijft doen met een quasi wekelijkse column in Humo, het lijfblad dat
Barwoutswaerder steeds minder lijkt te lezen, en die, en die, en die.
Die man dus las een verhaal voor met een moeilijk in elkaar te vijzen
Ikeakast in een niet onbelangrijke rol. Toeval is er niet, maar Barwoutswaerder
en de wonderlijke jongedame hadden die middag toch mooi in een vestiging
van de meubelgigant rondgedwaald.
Ook naar Annelies Verbeke was Barwoutswaerder
best nieuwsgierig, niet in het minst omdat ze wat zou brengen uit haar
nieuwste en tweede roman Reus. De wonderlijke jongedame moet er op
de schouder van Barwoutswaerder niet bijster veel van hebben gehoord,
maar het viel hem alvast op dat Verbeke het voorlezen al wat beter
onder de knie had dan enkele maanden eerder in het Gravensteen.
Al
had Barwoutswaerder Joke van Leeuwen nog niet eerder aan het werk gezien,
haar werk was hem niet onbekend. Ze verraste door bij haar eerste passages
uit te pakken met een ongelooflijke zangstem. Bij van Leeuwens tweede
doortocht kreeg Barwoutswaerder met vier manieren om op iemand te wachten
waarop hij stilletjes had gehoopt.
Het kwartet overige woordvedetten
was Barwoutswaerder vreemd. Wellicht zal voornamelijk Tom Naegels de
kabouter bijblijven. Omwille van de expressiviteit waarmee hij zijn
lichaam zijn proza liet onderstrepen. Erik Vlaminck was volgens Barwoutswaerder
ook niet mis. De man zaaide zijn taal zo beeldrijk de Vooruit in dat
elke toeschouwer zich er wel wat bij kon voorstellen. Naar Paul Verhaeghen
zat Barwoutswaerder minder geboeid te luisteren. Die aandacht was er
nog wel bij Vincent Overeem, al zou Barwoutswaerder de man nu ook weer
niet met een staande ovatie bedanken.
Die eer viel zelfs niet Tine
Embrechts en Adriaan Van den Hoof te beurt die heel pienter met theaterteksten
van Harold Pinter omsprongen en zo de goed gevulde zaal tussen al die
literaire beelden met een glimlach naar adem moesten laten snakken.
Liefde laat lachen, meneer, mevrouw.
Barwoutswaerder en de wonderlijke
jongedame dachten dat Saint Amour hun vroege Valentijnsdag zou worden
en dat het daar qua commerciële fonkelhartjes bij zou blijven,
maar dat was buiten Tine Moniek en Olaf Risee gerekend. Dat andere
dichterskoppel, alsof er niet nog meerdere dichterskoppels zijn, liet
op het laatste moment, zijnde op zondag, verstek voor Zoete Zinnen
Nacht. In een sms en een mail vroegen ze netjes of Barwoutswaerder
en de wonderlijke jongedame niet wilden inspringen. Dus stonden de
twee uitgerekend op 14 februari in het café van de Brusselse
beursschouwburg voor de poëzieavond van vzw Quackstop.
Voor
al te veel voorbereiding hadden Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame
de tijd niet gevonden. Toch kregen ze als eersten de microfoon van
een lokale studentenradio onder de neus geschoven. Simpelweg omdat
ze later op de avond ook als eersten met zoete zinnen moesten starten.
De wonderlijke jongedame deed dat met een sonnet van Pablo Neruda,
Barwoutswaerder met een gedicht van de Poolse Nobelprijswinnares Wislawa
Zimborska. Waarna ze elk nog drie eigen gedichten mochten brengen.
Evenveel
eigen werk en een gedicht uit de wereldliteratuur, dat bleken ook de
spelregels voor de andere zoethouders van de avond. Of Lieven Vercauteren,
Philip Meersman, Xavier Roelens, en de drie van Het Venijnig
Gebroed zonder de ziek in bed liggende albrecht b doemlicht maar met
Frederik Lucien de Laere, Denis S.M. Vercruysse en Jan Wijffels
zich aan die spelregels hielden, het was Barwoutswaerder een zorg,
hij zag en oordeelde. Zo vond Barwoutswaerder Vercauteren een beetje
blijven hangen in te schaapvormige wolkjes, hoe luidkeels de man ze
ook probeerde weg te blazen. Meersman lukte erin nog enigszins de aandacht
grijpen, al was het met een flard klankpoëzie. Roelens vormde
zowaar een gelegenheidskoppeltje met een gitarist en dwong zich al
zingend in ieders al dan niet verliefde oren. Dat werkte en werkte
niet, sommige stukjes hoort Barwoutswaerder hem nu eenmaal liever voordragen.
Ook tussen de mannen van Het Venijnig Gebroed had de kabouter net een
tikkeltje meer chemie verwacht. Het was voornamelijk Vercruysse die
Barwoutswaerder in positieve zin verraste dankzij een breed poëtisch
spectrum.
Een breed poëtisch spectrum, daar is Het Kapersnest
ook niet vreemd aan. Die schuit houden Noëlla Elpers en Peter
Holvoet-Hansen nu al meerdere jaren uit en met liefde drijvende. Een
dag na Valentijn meerden ze aan in een aula van de Antwerpse Permeke
bibliotheek om er het begin van de jongerenpoëziewedstrijd van,
jawel, de stad Antwerpen te kapen. Er werd gelachen, ook met kwinkslagen
van presentator Stijn Vrancken. Die mocht in drie leeftijdscategorieën
telkens drie winnaars bekend maken. Bij de meerderjarigen moest De
Indringer actrice Maaike Neuville de wonderlijke jongedame laten voorgaan.
En zo werd een belle soirée met een eerste prijs bekroond.
pst:
Barwoutswaerder laat nog weten dat de man met het lange haar niet zomaar
in te huren is voor avondjes waar er niet alleen met badeendjes wordt
gespeeld.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Publiceer je gedicht in Meander
en bereik duizenden lezers
|
|
|
'wanneer was de laatste keer' * Nader bekeken door Tine Moniek
|
|
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1834
|
door Tine Moniek
op
21-03-2006
|
Iedere maand bekijkt een medewerker van Meander een van de gedichten die in die maand in Meander worden publiceerd wat nader.
Tine Moniek koos een gedicht van Rhode Hagmeijer.
|
wanneer was de laatste keer
zo kruipen treinen
in het landschap
en schrapen sterren strepen
op de tijdslijn
en
schrapt een mens mijn naam
verschijn ik op een andere lijst
met naam
en nummer
zo verdorren bloemen waar ik bij sta
en slacht ik schaapjes
tot het dag wordt
de klok is een uitvinding
tijd is iets anders
Rhode
Hagmeijer (1982)
De
laatste keer dat Rhode Hagmeijer met een gedicht in Meander verscheen,
was in 2003. Toen verscheen haar vier
woorden in de poëzierubriek. Wat is er intussen met haar gebeurd?
Wanneer was haar laatste keer? En wat doet ze met tijd? Tine Moniek
werpt een blik achter het gedicht.
Rhode, wanneer was de laatste
keer dat je dacht: nu moet ik een gedicht schrijven? Als ik wat ploeter
op internet merk ik dat je vooral gedichten op het net plaatste voor
2002. Hoe komt het dat er zo'n lange tijd tussen zat?
'Op een gegeven
moment had ik beslist dat ik er mee gestopt was, met gedichten schrijven.
Er zijn zoveel pubers die poëzietjes maken en er dan mee ophouden,
en omdat ik niets meer schreef of alleszins vond dat wat ik schreef
slecht was, dacht ik dat ik ook zo'n puber was. Maar het gebeurt dat
ik in mijn kladschrift aan het prutsen ben en er toch per ongeluk iets
ontstaat. In heel 2005 heb ik twee of drie gedichten gemaakt en ik
was gewoon benieuwd naar het niveau ervan en daarom heb ik het ingestuurd.
Nogal verbaasd ook dat het is geplaatst.'
Wanneer was de laatste
keer dat je naar de hemel hebt gekeken?
Als ik je beide gedichten
lees, krijg ik het beeld in mijn hoofd van een meisje dat naar de lucht
kijkt. In je eerste gedicht was dat meisje nogal dromerig. Nu, bijna
drie jaar later, kijkt ze nuchterder. Ben jij als persoon ook anders
naar de wereld gaan kijken?
'Ik kijk dagelijks naar boven, ik hou
van de grilligheid van de hemel die er altijd anders uitziet, dreigend,
lieflijk en toch gewoon de lucht is. Dit gedicht zegt inderdaad iets
over de manier waarop ik de wereld ervaar, ik denk dat ik stilletjes
volwassen aan het worden ben.'
Wanneer was de laatste keer dat je
iets opgestoken hebt van poëzie?
'Het gebeurt dat ik getroffen
word door een gedicht, zoals gedichten dat doen. De laatste keer was
bij poëzie van Levi Wagenmaker.'
Wanneer was de laatste keer
dat je een gedicht met hoofdletters en leestekens hebt geschreven?
Het valt me immers op dat je die heel weinig gebruikt in gedichten.
Is daar een reden voor of is dit toeval?
'Soms vind ik dat het er
beter uitziet wanneer er geen hoofdletters en leestekens in een gedicht
staan, zeker wanneer het een geheel moet vormen. Als ik ze gebruik
is dit om duidelijk een begin en een einde aan te duiden, als de inhoud
er om vraagt. Soms is het gewoon toeval, misschien luiheid.'
Wanneer
was de laatste keer dat je naar je eigen woorden geluisterd hebt?
' Vier
woorden werd voorgedragen op radio Urgent, dan heb ik het uiteraard
beluisterd.'
Wanneer
was de laatste keer dat je de uitvinder van klok vervloekte?
'Vanmorgen
toen ik de zoveelste moordpoging op mijn wekker deed.'
Wanneer was
de laatste keer dat je iets schreef wat geen gedicht was? En wat was
dat?
'Ik heb een deel van de tekst verzorgd voor het jeugdstuk Romeo
en Julia (the making of) van Tejater De Orchidee dat tot 4 maart in
Tielen speelde.'
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Publiceer je gedicht in Meander
en bereik duizenden lezers
|
|
|
Barwoutswaerder * Ruige reuzen
|
|
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1821
|
door David Troch
op
09-03-2006
|
Noem mij Barwoutswaerder.
Het is een geschikte naam voor een sprookjesfiguur. Niet dat ik een
rol in een vertelling van Grimm ambieer, het is dat wildvreemden wel
eens de neiging schijnen te hebben om in die of vergelijkbare termen
over mij te keuvelen. Ik neem die wildvreemden dat niet kwalijk. Kind
of kabouter, we moeten allemaal een naam hebben. Deze kabouter heet
Barwoutswaerder. Aangenaam.
M.
|
Stukafest. Toen de wonderlijke jongedame
dat drielettergrepige woord voor de eerste keer in de mond nam, kreeg
Barwoutswaerder meteen visoenen van ruige reuzen die kwistig met hakbijlen
in het rond stonden te zwaaien. Moesten ze écht bij zo'n stelletje
ongeregeld optreden? Daar werd de kleine kabouter niet bepaald enthousiast
van. Gelukkig bleek Stukafest al snel een afkorting voor Studentenkamerfestival
te zijn. Simpelweg.
Optreden in de natuurlijke biotoop van studenten,
daar kon Barwoutswaerder wel mee leven. Niet in het minst omdat de
wonderlijke jongedame hem daarbij zou vergezellen. Hoe de twee dat
duo-optreden uiteindelijk zouden invullen, daar dachten ze niet aan
bij het bevestigen van hun komst, niet bij het ondertekenen van het
contract, maar pas enkele dagen voordat ze van Rijsel naar Nijmegen
zouden rijden.
En dan nog. Al hadden ze al half en half beslist om
met Zwanger één twaalfde uit Een doosje dolle dialogen
te brengen, het toneelstuk waarmee Barwoutswaerder vorig jaar op de
planken stond, ze hadden die dialoog nog niet gerepeteerd. Daarmee
begonnen ze pas die donderdagmiddag, 2 februari, in de inktblauwe Ford
Fiesta. Barwoutswaerder had het gemakkelijk, hij moest de tekst alleen
maar opfrissen. De wonderlijke jongedame had het lastiger. Voor de
fun hadden de twee de dialoog al eens in de zomer op het literaire
verjaardagsfeestje van Barwoutswaerder voorgelezen, nu zou het uit
het hoofd moeten. Dat zou in een knusse huiskamer meer effect hebben.
Die
knusse huiskamer vonden de Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame
in de Piersonstraat. Hun gastheer verwelkomde de twee met soep, brood
en kaas. De nieuwsgierigen naar het Belgische dichterskoppel, zoals
het sprookjeskoppel in alle communicatie was aangekondigd, kon zich
te buiten gaan aan wijn, bier, frisdrank, koffie en thee. En er moest
wel wat drank geschonken worden, het bleek dat Barwoutswaerder en de
wonderlijke jongedame tot drie keer toe een uitverkochte woonkamer
wisten te lokken. Dat verbaasde de twee wel wat. Het was niet dat er
in de rest van Nijmegen niks te beleven viel. Stukafest bleek heel
wat volk op de been te brengen, publiek vooral, maar ook artiesten
die verspreid in de binnenstad literatuur, cabaret, muziek of wat dan
ook brachten.
Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame hielden
het bij poëzie. Al staken ze dan wel van wal met die dialoog.
Dat was de enige constante in hun driedelige optreden. Driedelig, het
Belgische dichterskoppel had net als alle andere artiesten drie keer
een half uur om het publiek te vermaken. Na zo'n half uur kon dat publiek
zich weer naar ander vermaak verplaatsen. Of andere artiesten telkens
dezelfde set brachten, daar hebben Barwoutswaerder en de wonderlijke
jongedame het raden naar. Feit is dat na de dialoog, waar zowaar hartelijk
mee gelachen werd, het drie keer een andere richting uitging.
Barwoutswaerder
en de wonderlijke jongedame hadden vooraf afgesproken om na het korte
twistgesprek het euromuntstuk op te werpen dat tijdens een plaspauze
de ondeugende kabouter in de schoot was gevallen. Maar toen de twee
bij het binnenkomen al zagen dat er een verzameling muntjes op de vensterbank
was uitgestald, werd het één van de muntjes van hun gastheer.
Het opgeworpen muntje bepaalde wie het eerst het woord nam,
tot twee keer toe de wonderlijke jongedame. Op dat openingsgedicht
pikte de andere helft van het sprookjeskoppel in én verduidelijkte
daarbij die gedichtkeuze. Zo werd de rest van het beschikbare half
uur verweven tot steeds weer een ander verhaal, met nooit dezelfde
poëzie.
Dat lokte bij de gastheer de reactie uit dat het tweede
half uur bij hem het meest in de smaak viel. Willem Sjoerd van Vliet
maakte dat onderscheid niet. De hoofdredacteur van Op Ruwe Planken
had ook het volledige anderhalf uur bij het sprookjeskoppel uitgezeten.
Hij hoopte zo zijn tijdschrift, waaronder het recentste nummer met
werk van Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame, aan de man te
kunnen brengen. Dat leek aardig te lukken.
Toen zowat iedereen uit
de woonkamer verdwenen was, gingen Barwoutswaerder en de wonderlijke
jongedame samen met de gastheer naar het slotfeest. Voor de gratis
knipbeurt konden de twee niet meer in de rij gaan staan, maar ze vermaakten
zich wel bij de dj-set in de grote zaal en tenslotte in de zetels in
de chill out room. Even na middernacht besloten ze opnieuw de koude
nacht in te trekken, ditmaal in het sympathieke gezelschap van ruige
reus Peter Muselaers, de organisator die de twee voor het fijne festival
had opgetrommeld. Hij begeleidde Barwoutswaerder en de wonderlijke
jongedame naar zijn kamer. Een kamer waar kort geslapen werd en waar
na een nog kortere inspectie geen hakbijl te vinden was.
Twee dagen
na Stukafest werden Barwoutswaerder en vooral de wonderlijke jongedame
in Harelbeke verwacht. Daar botsten ze quasi meteen op Lies Van Gasse
die het jaar voordien zowel bij de jongeren als bij de categorie zonder
leeftijdsbeperking met de eerste prijs aan de haal ging. Eerste prijzen
die toen haar vader nog oppikte omdat ze zelf in Milaan vertoefde.
Nu was ze er wel om de vijfde prijs bij de categorie tot 25 jaar in
ontvangst te nemen. In diezelfde categorie mocht Laura Tack naar huis
met de vierde en Sofie Verdoodt met de derde prijs. De wonderlijke
jongedame werd bekroond met de tweede prijs en moest zodoende alleen
in Cathérine De Kock haar meerdere erkennen.
In de categorie
zonder leeftijdsbeperking waren het dit jaar allemaal andere namen.
Zo ging Jean-Marie De Dijn aan de haal met de vierde prijs, kreeg Piet
Clauwaert de derde prijs. De Nederlanders W.A. Fraikin en Gerard Wolterbeek
waren goed voor respectievelijk de tweede en de eerste prijs.
pst:
Barwoutswaerder laat nog weten dat zijn angst voor ruige reuzen weer
wat afgenomen is.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Publiceer je gedicht in Meander
en bereik duizenden lezers
|
|
|
Biefstuk, bintjes en bloemkool
|
|
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1812
|
door Sander de Vaan
op
28-02-2006
|
Irene Langenfeld wil eten met poëten. Sander de Vaan vroeg waarom.
|
Een gesprek met Irene Langenfeld

Geïnspireerd door
de website "Around the world in 80 meals" ( www.80meals.blogspot.com)
wil Irene Langenfeld dit jaar bij een aantal dichters thuis de maaltijd
gaan gebruiken. 'Eten met Poëten', zoals haar actie heet, is vorige
week van start gegaan en moet uitmonden in een reeks verslagen op haar
weblog én in een slotfeest aan het eind van 2006, waarvoor alle
poëten die meegewerkt hebben uitgenodigd zullen worden.
"De bedoeling
is dat ik met de dichter datgene eet wat hij gewend is te eten", zo
zegt Irene. "Dus haalt hij iedere avond patat bij de snackbar of laat
hij altijd pizza's bezorgen, dan doe ik vrolijk mee. Ik verwacht echt
geen vijf-gangenmenu, al heb ik daar natuurlijk geen bezwaar tegen...
De hele opzet van deze actie is dat ik meer te weten kom over de dichter
in het algemeen en zijn/haar eetgewoontes in het bijzonder."
Intussen
is ze al gewaarschuwd voor onsmakelijke types in dichtersland en is
haar een sterke maag toegewenst: "Maar ik heb intussen ook gemerkt
dat er wel degelijk culinair onderlegde dichters zijn. En bang om door
mijn actie te dik of juist te mager te worden ben ik niet. Ik weeg
al jaren vijftig kilo schoon aan de haak en mochten de maaltijden erg
karig zijn, dan zal ik mezelf thuis bijvoederen."
Hoopt ze bij dichters
meer rijmende combinaties als ei, prei en balkenbrei, of kaas met varkenshaas
voorgeschoteld te krijgen? "Ha ha, ik verwacht juist allitererend eten
zoals biefstuk, bintjes en bloemkool, of vooraf soep, dan stamppot
en sorbet na! Overigens hoop ik op variëteit, want ik zal op mijn
weblog van elke met een dichter genoten maaltijd verslag doen. Wanneer
ik bij alle dichters vegetarisch te eten krijg of ieder diner uit aardappelen,
groente en vlees bestaat, wordt het op den duur nogal saai. Er zijn
legio mogelijkheden, zoals een picknick in de zomer of een veganistische
maaltijd, én ik heb al een toezegging van een dichter om bij
een daklozencentrum te gaan eten."
Op dit moment is Irene met vijf
dichters in gesprek voor een concrete eetafspraak. Maar helaas heeft
ze ook al een paar afzeggingen binnen, waaronder een van de stads(deel)dichter
van Amsterdam. "Hij vond het een leuk initiatief, maar hij heeft de
komende maanden geen tijd. Jammer, ik denk dat je als stads(deel)dichter
toch een voorbeeldfunctie vervult en bovendien schijnt hij erg lekker
te kunnen koken. Wie weet lukt het later nog..."
Heeft ze ook nog
voorkeuren voor bepaalde dichters? "Ik zou graag bij Bart Chabot willen
gaan eten, met Pierre Wind als kok. Volgens mij wordt dat een zeer
enerverende avond. Ook heb ik de tip gekregen dat Barry Fitton goed
kan koken. Hij ziet er in ieder geval weldoorvoed uit. Een goede kok
hoort een beetje dik te zijn. Een heel magere kok vind ik verdacht."
Zelf
kookt Irene vooral véél. "Ik heb twee zoons, een vriend
met een zoon en vaak komen er nog allerlei vrienden en vriendinnen
van mijn kinderen aanwaaien. Meestal zitten we met minstens vijf personen
aan tafel, die ook nog eens bijzonder hongerig zijn. Maar als er ooit
een dichter bij míj komt eten, zou ik hem of haar het liefst
op een pittige rendang trakteren..."
Hoewel Langenfeld pas sinds
de lente van 2005 schrijft, heeft ze in kleine kring al behoorlijk
veel opzien gebaard. "Vorig jaar ben ik geïnspireerd geraakt door
een aantal dichters die ik op Ruigoord zag optreden. Toen ben ik begonnen
met het schrijven van mijn boekje 'Vunzige Verzen en andere Liefdesgedichten'.
Ik heb wat werk aan Hans Plomp laten lezen en hij regelde een week
later al een optreden voor mij op een erotic poetry night. Toen moest
ik, ondanks mijn podiumvrees, met de billen bloot (figuurlijk gesproken).
Ik was erg nerveus maar omdat ik mij niet door mijn angsten wil laten
leiden, heb ik het toch gedaan. Gelukkig reageerde het publiek enthousiast.
Voordragen van gedichten is een vak apart, waarover ik nog veel moet
leren. Ik denk ook dat het een kwestie is van kilometers maken: hoe
vaker je het doet, hoe beter het gaat."
Zelf is Irene vooral gecharmeerd
van Lucebert, Karel ten Haaf ("buitengewoon komisch, met veel zelfspot"),
de dichters van Epibreren ("goede teksten en uitstekende perfomance")
en de Engelstalige dichter Eddie Woods. "Zijn gedichtenbundel 'Tsunami
of love' raakte mij erg. Hij heeft zijn liefdesverdriet zeer indringend,
bijna exhibitionistisch beschreven."
Gevraagd naar een tekst waarmee
ze zichzelf aan haar lezers zou willen presenteren, noemt Irene het
motto dat ze aan haar boekje meegaf:
INSOMNIA (Vrij naar J.C. Bloem)
"Denkend
aan de daad kan ik niet slapen
en niet slapend denk ik aan de daad"
Hoe
Langenfeld's actie ook zal verlopen, de dichters die haar van hun kookkunsten
of patatje willen laten meegenieten hoeven in ieder geval niet te vrezen
dat er een schuchtere, zwijgzame dame op bezoek zal komen. Dat ze niet
op haar mondje gevallen is, bleek onder meer bij de presentatie van
de erotische verhalenbundel 'De Lakjurk' van Guilly Koster. Irene:
"Guilly had mij vunzige verzen horen declameren en mij later gevraagd
of ik tijdens zijn boekpresentatie een paar van die verzen wilde voordragen.
Dat leek hem wel toepasselijk en stiekem wilde hij de boel ook een
beetje shockeren. Ik heb toen o.a. mijn gedicht 'Geil' voorgedragen.
Dat shockeren is wel gelukt, veel mannen én vrouwen moesten
blozen..."
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Publiceer je gedicht in Meander
en bereik duizenden lezers
|
|
|
Saint Amour * De oorsprong van de poëzie
|
|
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1810
|
door Simon Korthout
op
26-02-2006
|
|
|
"Doodgaan, ik draai er mijn hand niet voor om
als
jij me liever sterven ziet"
Dat zijn de woorden van de 23-jarige
Claudio Monteverdi, vrijdagavond 17 februari ten gehore gebracht in
de schouwburg van Tilburg. In het Italiaans gezongen, maar in de op
het decor geprojecteerde Nederlandse vertaling mee te lezen. Deze even
jeugdige als gepassioneerde liefdesverklaring representeert het thema
van deze avond: Saint Amour. Liefde: in één woord samengevat
waar de avond over gaat. Een avond die desalniettemin zeer gevarieerd
is, gevuld met poëzie, zang, muziek en film. Jong en oud, gepensioneerd
en CKV-studerend, krijgen vanuit zacht rode pluche stoelen de kans
aan tal van facetten van de liefde te proeven.
Op het podium verschijnen
de grote namen van de Nederlandse en Vlaamse poëzie, in levenden
lijve! Want wat het publiek vanavond hoort en ziet, is de oorsprong
van de poëzie: hier verschijnen mensen die vertalen, die luisteren,
kijken en voelen om al die indrukken op te snuiven en weer uit te ademen.
Maar dan anders; dan in woorden en in klanken. 'Poëzie die van
de straat geraapt is', zo wordt Remco Campert aangekondigd. Maar het
mag dan op de straat liggen, het ligt er geenszins in de woorden die
Campert uitspreekt voor een ontroerd publiek. Het ligt er niet in die
vorm, in dit ritme, in die kleur. Vaker lijkt het er te liggen in de
woorden van het NOS journaal, in de onomwonden hardheid van de feiten.
Hier ligt de bron, hier spreekt de poëzie.
Maar toch is deze
avond een feest van herkenning, een feest van romantiek en fantasie,
een feest dat georkestreerd wordt door de woorden van Komrij, Gerrit
Komrij welteverstaan, die met zijn voordracht schaamte, taboe en humor
met liefde weet te verbinden. Fysieke liefde. Schaamrood op wangen
boven een brede glimlach om de lippen.
Saint Amour, een avond in
een uit Vlaanderen afkomstige traditie, is een kans om de liefde te
onderzoeken, onder de loep te nemen en te analyseren. Als in een documentaire
op Discovery Channel komen hier de vele kanten van het meest bezongen
woord voorbij, met het verschil dat hier de afstandsbediening ontbreekt.
Ik snak soms naar een pauze-knop, een herhaling in slowmotion, naar
een mooi gedrukte bundel waarvan ik in mijn tempo de bladzijden om
kan slaan. Het gaat snel en het applaus doorbreekt te snel het ritme
van de woorden. Soms zou stilte volstaan en zelfs zoveel mooier zijn,
maar de onmacht van het publiek klatert uit klappende handen: applaus,
de macht van het publiek. Waarom niet de stilte van 's avonds poëzie
in bed?
Maar toch: poëzie dient voorgelezen, uitgesproken of
gefluisterd. De flinterdunne stem van een 76-jarige Hugo Claus, het
droeve stemgeluid van P.F. Thomése en de enige vrouwenstem van
Anna Enquist. Althans, de enige vrouwenstem die poëzie uitspreekt,
want de avond wordt van variatie voorzien door het Antwerpse zangtrio
Laïs, door fragmenten uit de Braziliaanse documentaire O Amor
Natural en door de in Vlaanderen reeds populaire Engelse serie In de
Gloria. Poëzie dient een subject te hebben, zo blijkt. Iets waarop
de liefde zich kan richten, op kan storten. In elk gedicht richt een
ik zich tot een jij: 'zonder jou geen liefde'. Of jij nu leeft of dood
bent, echt of fantasie, de liefde is voor jou... Ik luister en geniet,
maar zit hier met mijn moeder.
Zoals gezegd is het concept van Saint
Amour in Vlaanderen al succesvol gebleken; nu volgt Nederland. Laat
Nederland maar volgen. Het volgend jaar, of het jaar daarna, of het
jaar daarna...
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Publiceer je gedicht in Meander
en bereik duizenden lezers
|
|
|
Vannacht van Frieda Snel * Nader bekeken door Herbert Mouwen
|
|
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1800
|
door Herbert Mouwen
op
22-02-2006
|
Vanaf nu zal elke maand een medewerker van Meander een van de gedichten die in die maand in Meander worden publiceerd wat nader bekijken.
Herbert Mouwen koos het gedicht Vannacht van Frieda Snel.
|
Vannacht
Vannacht een brief geschreven, deze.
Was
eruit geweest, zag op het bed
een lichtstreep waar je had gelegen.
Legde
hem weg, kon het gordijn niet beter
sluiten, telde gezwichte jaren
in zuchten,
slikte het dwingend gedraai, als koudvuur
bevroren
mijn handen, mijn vuisten. Niet
laten lezen, de gedachten verscheurd.
Frieda
Snel (1943)
Het gedicht 'Vannacht' lijkt de weergave van een
strijd tussen het materiële en het immateriële, lijkt het
zoeken naar een antwoord op de vraag: moet je een gedachte, een gevoel
vastleggen om het te kunnen tonen aan de ander, of zijn er gedachten
die je maar beter voor jezelf kunt houden. 'Vannacht' is de verbeelding
van een crisismoment dat we allemaal wel kennen, dat we allemaal te
lijf gaan, maar waar we vrijwel nooit als overwinnaars uitkomen. Integendeel,
het levert ons meestal niets op en wanneer de nacht voorbij is, worden
we weer geconfronteerd met de keiharde werkelijkheid van alledag. Beter:
van overdag.
De nacht is er om rust te nemen, je even terug te
trekken in je gedachten, te slapen. Maar het verkrijgen van deze verdiende
rust is slechts voor weinigen weggelegd. Het zoeken naar rust leidt
voor tallozen tot onrust en onzekerheid, tot handelen dat even later
nog in diezelfde nacht als zinloos wordt ervaren. Een brief wordt geschreven,
dat wil zeggen 'deze'. Een gedicht dus, maar als het gedicht geschreven
is, komt de schrijver tot de conclusie: 'Niet laten lezen'. Waarom
schrijf je dan gedichten? Om ze niet te laten lezen? Dat kan. Waarom
zou je je gedichten laten lezen aan een ander. Maar fascinerend is
de laatste zin: 'De gedachten verscheurd'. Zijn de gedachten verscheurde
gedachten in de betekenis van deerniswekkende of gruwelijke gedachten?
Of heeft de dichter zijn gedachten verscheurd, al dan niet door de
brief te verscheuren? Het gedicht heeft een schijnbaar gesloten einde,
maar gedachten zijn immaterieel en zullen er voor de dichter altijd
zijn. Gedachten gaan nooit verloren.
Het gedicht is in een opvallende
stijl geschreven. De 'ik' als onderwerp is nergens gerealiseerd, dit
levert een telegramachtige, verslaggevende stijl op van het gedicht.
Het gedicht krijgt hierdoor een heel eigen ritme. Dat ritme wordt door
het beginrijm en de assonanties (sluiten – slikte) versterkt. De ee-klank
overheerst in het begin, later is het de i-klank: gezwichte – slikte
– dwingend. Deze stijlmiddelen blijven mooi verborgen in het gedicht.
Ze zijn niet expliciet aangebracht, want dan werken ze storend op de
lezer.
Een belangrijke vraag is of de ik-figuur het bed is uitgegaan,
omdat een lichtstreep op het bed hem inspireerde tot het schrijven
van een gedicht of dat hij de streep na het schrijven bij toeval waarnam.
Anders gezegd, kun je na 'geweest' het woordje 'omdat' of 'en' inlassen?
Bijna
elke versregel is op meerdere wijzen te interpreteren, zelfs 'Legde
hem weg' kan verbonden worden met de 'lichtstreep' in plaats met de
voor de hand liggende 'brief'. Niet dat ik aan de eerste mogelijkheid
vasthoud, maar het roept een extra spanning op wanneer de interpretatiemogelijkheden
zich als een breed uitgespreide waaier aandienen.
De ik-figuur
is niet in staat het gordijn beter te sluiten. Dat heeft tot gevolg
dat de lichtstreep niet verdwijnt en dat hij degene die naast hem in
bed heeft gelegen niet kan 'wegstrepen' of misschien wel 'verdonkeremanen'.
Deze persoon is er en is dus niet uit zijn gedachten te bannen. Om
nog maar niet te spreken over de bijbetekenis van 'het gordijn sluiten'
in de richting van 'het verleden vergeten', 'het boek sluiten' e.d.
Het is blijkbaar niet mogelijk je volledig af te sluiten van de werkelijkheid.
Altijd weet het licht binnen te dringen en houdt contact met je, ook
in de nacht, wanneer er amper licht is.
De ik-figuur telt de jaren
die voorbij zijn – 'zwichten' in de betekenis van 'wijken' – in het
aantal 'zuchten' dat hij laat. De frase 'slikte het dwingend gedraai'
roept door de woorden 'slikken', 'dwingen' en 'draaien' negatieve connotaties
op, zonder dat de dichter iets inhoudelijk prijsgeeft aan de lezer,
die altijd nieuwsgierig en op sensatie belust is. Maar de dichter houdt
zich in, vooral emotioneel. Wat er precies gaande is, dat gaat de lezer
geen donder aan. Het gaat om de herkenning en de emotie. Daar mag iedere
lezer zijn eigen plaatje inkleuren. Een gedicht is geen tabloid of
roddelblad. Bij 'als koudvuur bevroren mijn handen, mijn vuisten' komt
voor de dichter de emotionele spanning door middel van dit fraaie paradoxale
beeld tot een eind. Het gedicht komt in de gespannen 'vuisten' ritmisch
tot stilstand. Tegelijkertijd wordt op dit 0-punt voor de lezer de
spanning haast ondraaglijk. Deze vraagt zich af: hoe gaat dit aflopen?
De ik-figuur neemt een beslissing: 'Niet laten lezen, de gedachten
verscheurd.' Maar het is al te laat. Het gedicht is geschreven en de
dichter heeft het al verspreid en 'laten lezen'. Aan ons.
Gedachten
kun je niet verscheuren, zelfs papier verscheuren waar een gedicht
op geschreven staat, valt niet mee. Je komt er niet toe, zeker niet
's nachts.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Publiceer je gedicht in Meander
en bereik duizenden lezers
|
|
|
Barwoutswaerder * Schemerdonker en geluidsdicht
|
|
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1798
|
door David Troch
op
10-02-2006
|
Noem mij Barwoutswaerder. Het is een geschikte
naam voor een sprookjesfiguur. Niet dat ik een rol in een vertelling
van Grimm ambieer, het is dat wildvreemden wel eens de neiging schijnen
te hebben om in die of vergelijkbare termen over mij te keuvelen. Ik
neem die wildvreemden dat niet kwalijk. Kind of kabouter, we moeten
allemaal een naam hebben. Deze kabouter heet Barwoutswaerder. Aangenaam.
|
Op Gedichtendag kan een dichter zich onmogelijk met een goedgevulde
thermos koffie in een schemerdonker en geluidsdicht zolderkamertje
afzonderen. Hij moet naar buiten, de straat op, laten weten aan voorbijgangers
dat er niet zomaar elke dag aan poëzie voorbij mag worden gegaan.
Zo denken Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame erover. Ze beslisten
dan ook een maand voor de hoogdag de handen in elkaar te slaan, wat
uiteindelijk resulteerde in Beeldrijk.
Omdat de poëtische namiddag
noem het vooravond in de bibliotheek van Tielt zou plaatsvinden tussen
17u en 19u contacteerden de twee uitsluitend dichters uit de provincie
West-Vlaanderen. Niet meteen met verbluffend resultaat. Heel wat West-Vlaamse
dichters zouden immers naar Antwerpen sporen om daar tot twee keer
toe in de Permeke bibliotheek van zich te laten horen.
Toch wisten
Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame uiteindelijk toch nog zeven
dichters warm te maken om de inwoners van Tielt te laten weten dat
de poëzie in hun stad niet uitsluitend van uitgeverij Lannoo moet
komen. Magda Castelein, albrecht b doemlicht, Patricia Lasoen, Tine
Moniek, Paul Rigolle, Valerie Tack en Jan van meenen kwamen met plezier
met hun poëzie in de bib van Tielt langs. Dat maakte met Barwoutswaerder
en de wonderlijke jongedame erbij een totaal van negen dichters. Om
aan Beeldrijk de nodige ruchtbaarheid te geven, ontwierp het sprookjeskoppel
dan ook negen verschillende posters, met op elke poster een gedicht
van één van de optredende dichters. Op die manier fleurde
poëzie de Tieltse straten al op weken voor Gedichtendag.
De
dag zelf kon geen mens de inkomhal van de bibliotheek in of uit zonder
flarden poëzie op te vangen. Na een korte welkomstdialoog van
Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame mocht Tine Moniek als eerste
en tsunamigewijs woorden in de oren van de toeschouwers laten kabbelen.
Ze werd afgelost door Paul Rigolle die een Duits museum bezocht, waarna
Magda Castelein De etser en de vrouw op visite liet komen. Patricia
Lasoen nam na een korte pauze met stijl haar roze hoed af, Jan van
meenen nam iedereen die wilde mee naar festival d'Avignon, waarna Valerie
Tack voor haar allereerste optreden ooit de vier gedichten die ze bij
zich had met overtuiging bracht. Dan stond albrecht b doemlicht voor
één keer niet op de tippen van zijn tenen toen hij alle
makken lammen naar de slachtbank leidde, liet de wonderlijke jongedame
zich door een prins te grazen nemen, waarna Barwoutswaerder stilletjes
afsloot.
Slechts twee dagen na Beeldrijk was het weer poëzie
dat de klok sloeg. Die zaterdag trokken Barwoutswaerder en de wonderlijke
jongedame immers naar Leuven om samen met Xavier Roelens en Floris
Schillebeeckx de handschoen op te nemen tegen de Nederlanders Huub
van Esch, Michiel van Rooy, Judith Bruynzeels en Mariken Verhoecks
in Brabant versus Brabant. Noem het een poëtische België-Nederland.
Het kwartet Nederlandse dichters, zo waarschuwde een mail, zou
een vol busje supporters meebrengen. De ganse bende zou 's middags
na een broodjesmaaltijd een stadswandeling maken en om half zes handjes
schudden met de vier Belgen in Salons Georges op het Hogeschoolplein.
Daar ontmoetten Barwoutswaerder, de wonderlijke jongedame en Xavier
Roelens die het sprookjeskoppel in Gent hadden opgepikt, die andere
Belg: Floris Schillebeeckx. Ook hij bleek voor het copieuze maal supporterloos
te zijn. Copieus, ja. Barwoutswaerder had als dichter nog nooit een
dergelijk driegangenmenu voorgeschoteld gekregen.
In ieder geval
gaf het de tijd om onder andere te weten te komen dat de vier Nederlanders
een voorronde met negen dichters hadden overleefd en dat één
van hen, Michiel van Rooy, met een gedicht in het recentste nummer
van Op Ruwe Planken prijkt, het nummer waarin toevallig ook werk van
Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame te lezen staat.
Na een
koffietje ging het richting Café Van de Velde in bibliotheek
Tweebronnen waar de zogeheten strijd zou losbarsten. Het dichterscollectief
Mengmettaal, met onder andere Mark Meekers die nadien ook in de
jury zou zetelen, warmde het publiek eerst op. Tijdens het eten had
het lot al bepaald in welke volgorde de dichters het strijdperk, een
houten verhoog met bijpassende microfoon, zouden betreden. Spitsafbijter
Huub van Esch zette zich op een barkruk om niet altijd even verstaanbaar
zijn gedichten in de microfoon te murmelen. Ook de drie andere Nederlanders
hadden wellicht niet alleen volgens Barwoutswaerder een niet zo'n hoog
performance gehalte en op het eerste gehoor ontwaarde hij her en der
wel wat woorden en zelfs volzinnen die uit de voorgelezen gedichten
konden worden gekieperd.
Barwoutswaerder, de wonderlijke jongedame
en hun ondertussen opgedoemde entourage gokten na afloop dan ook op
een Belgische winnaar, met Floris Schillbeeckx als grootste kanshebber.
Het liep anders. De jury kwam uit conclaaf en verraste vriend en vijand
door doodleuk te melden dat ze bij hun beoordeling de performance buiten
beschouwen hadden gelaten. Op basis van bladspiegel riepen ze Huub
van Esch tot winnaar uit.
Dat leidde tot wel wat gemor. Toen presentator
Jan Reynaerts de avond met wat bedankjes begon af te sluiten,
sprong Barwoutswaerder dan ook weer het houten verhoog op en liet in
de bijpassende microfoon een puntje van kritiek horen. Onze kaboutervriend
was van mening dat er vooraf niet naar het performancegehalte moet
worden gevraagd als men ten langen leste besluit de manier van voordragen
buiten beschouwing te laten. Het puntje van kritiek viel niet in dovemansoren.
De organisatoren en juryleden knoopten het in hun oren voor een volgende
editie.
pst: Barwoutswaerder laat nog weten dat hij de wonderlijke
jongedame dankbaar is voor de goedgevulde thermossen koffie die ze
's ochtends voor hem zet, al is het niet om zich terug te trekken in
een schemerdonker en geluidsdicht zolderkamertje, eerder om enigszins
wakker in zijn inktblauwe Ford Fiesta te kunnen kruipen.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Publiceer je gedicht in Meander
en bereik duizenden lezers
|
|
|
De stilte na gedichtendag.
|
|
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1791
|
door Yves Joris
op
04-02-2006
|
Vorige week was het gedichtendag. Nederland en Vlaanderen waren vol met poëzie. Maar hoe is dat nu?
|
Gedichtendag, donderdag 26 januari. Het hele land
staat op zijn kop. Mensen schrijven zich te pletter en je kan de straat
niet op zonder een gedicht of dichter tegen het lijf te lopen. Iedereen
slooft zich uit om slecht afgebroken proza op vuilnis-, brood- en andere
zakken te plaatsen. De huis-aan-huisbladen, het periodiekje van de
boerinnenbond of het parochievakblad, alle roemen ze deze hoogdag
van het woord. Ja, mensen het gaat goed met de poëzie. Verdomd
goed. Alleen spijtig dat er meer wordt uitgegeven dan gelezen.
Dinsdag
31 januari. Plaats van het gebeuren: Bozar (voormalige Paleis voor
Schone Kunsten in Brussel). Op het programma twee coryfeeën van
de Nederlandstalige poëzie: Geert Buelens en Erik Spinoy. Twee
dichters voor de prijs van € 2,50, zeg nu nog eens dat poëzie
elitair is. Bij de ingang tref ik Clara Haesaert, éminence grise
van de Vlaamse literaire wereld. 'Het zal maar een magere opkomst worden,
het zijn 'moeilijke' dichters.' Moeilijk? Moet het dan allemaal weer
eens zo klaar als een klontje? Als een 8-jarige de wedstrijd van Radio
1-huisdichter kan winnen, dan kan poëzie toch helemaal niet zo
moeilijk zijn?
Om 12.45u stipt worden de twee sprekers ingeleid met
excuses. Excuses voor het zo weinig talrijk opgekomen publiek. Ik tel
20 aanwezigen. Een strak grijs podium, hier en daar opgesmukt met een
plukje groen. Dezelfde aanblik in de zaal. Veel grijze haardossen en
mijn groene trui om het monotone coloriet te doorbreken.
Eerst is
Spinoy aan het woord. De man die in een adem genoemd wordt met Van
Bastelaere heeft zich degelijk voorbereid. Het is te zien dat hij gewend
is voor een menigte te spreken. Nu ja, menigte. Geert Buelens werkt
al improviserend, maar daarom niet minder sterk. Ze spraken over hun
poëtica, lazen voor uit oud en recent werk en toonden overeenkomsten
en verschillen in hun poëtisch werk. Mooi, maar te weinig mensen
om het geheel overtuigend te maken. Op het einde worden er naar aloude
gewoonte een aantal dichtbundels verloot. De aanwezigen hadden op één
na geluk: iedereen won een bundel.
Gedichtendag en de nadagen. Het
lijkt me een nieuwe Allerheiligen te worden. Een dag per jaar wordt
er aandacht besteed aan de dierbare overledene. De rest van het jaar
staan de chrysanten weg te kwijnen op de eenzame grafzerken.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Publiceer je gedicht in Meander
en bereik duizenden lezers
|
|
|
Gedichtendag, gedichtendag
|
|
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1785
|
door Edith de Gilde
op
27-01-2006
|
Voor Edith de Gilde begon de Gedichtendag al op woensdag. Ze had er een reis van 500 km voor over.
|
Gedichtendag 2006
is nog maar half voorbij als ik dit tik. Ik heb nog het een en ander
tegoed aan activiteiten in Den Haag, maar tintel al van wat er tot
nu toe gebeurd is.
In mijn geval begon gedichtendag al op woensdagochtend
25 januari. Met een zeer aardig iemand die bereid was in één
dag 500 kilometer te rijden om me in staat te stellen 's avonds de
proclamatie van de poëziewedstrijd van de stad Oostende bij te
wonen en ervoor te zorgen dat ik toch op donderdagochtend kon voordragen
bij een poëzie-ontbijt in Gouda, vertrok ik naar Oostende, waar
we in alle rust het al voltooide restauratiewerk en de energie waarmee
men nog bezig is aan een facelift van de stad te bewonderen. Er was
tijd genoeg om het bescheiden gepresenteerde en daardoor niet zo gemakkelijk
te vinden Ensorhuis te bezoeken en Ensors bizarre fantasie en morele
verontwaardiging in zijn eigen omgeving op ons in te laten werken.
En toen werd het langzaam tijd voor de proclamatie. We waren vroeg,
zaten voorin en zagen af en toe omkijkend hoe de bibliotheek Kris Lambert
begon vol te stromen, te stromen, te stromen, tot elk beschikbaar plekje
bezet was. Presentator Kurt van Eeghem kan zo'n opkomst met gemak aan
en is in staat om routine te mengen met gemeend overkomende betrokkenheid.
Juryvoorzitter Geert van Istendael las het juryverslag ondanks verkoudheid
met groeiende bezieling voor. Mijn eigen bescheiden rol op het podium
deelde ik met drie andere aanwezigen die samen met mij en drie niet-aanwezige
dichters het geluk hebben deel uit te maken van het gezelschap eervol
vermelden. De Nederlandse winnaressen Hanneke van Schooten en Marijke
Hanegraaf (respectievelijk de eerste en de derde prijs) en de Vlaamse
dichter A.J. Sterken kregen, evenals hun gedicht, alle eer die hun
toekwam. In de prachtig uitgevoerde bundel krijgen de tien bekroonde
gedichten een presentatie waarvan je niet eens dúrft te dromen.
De
poëzieprijs van de stad Oostende heeft hiermee de afsluiting van
zijn vierde editie beleefd en krijgt een steeds grotere uitstraling.
543 inzenders uit diverse landen, waaronder een groot aantal Nederlanders,
hebben de weg naar de wedstrijd gevonden. De voor een poëziewedstrijd
ongeëvenaarde geldprijzen, de status van de juryleden, de lucide
en open manier waarop de werkwijze van de jury uiteen wordt gezet,
de schitterende bundel, de professionele begeleiding van de gemeente,
het zal er allemaal aan bijdragen. Oostende brengt deze inspanning
elke twee jaar op. Meander wordt breed gelezen en ik citeer daarom
met instemming Geert van Istendaels vraag in het juryverslag: "We weten
en begrijpen heel goed dat de prijs tweejaarlijks wordt uitgereikt.
Maar zou voor het jaar zonder prijs wellicht niet een Nederlandse stad
gevonden kunnen worden die dezelfde voortreffelijke actie onderneemt
en ook drie gedichten rijkelijk beloont? De Cultuurdienst van de stad
Oostende zou daartoe haar rijke ervaring en kennis ter beschikking
kunnen stellen. Het is een idee, een open vraag, meer niet."
Tot
zover Oostende. Na een korte nacht reden we in het donker van de ochtend
naar Gouda, waar ik in de sfeervolle bibliotheek in de Spieringstraat
werd verwacht om voor te dragen tijdens een poëzie-ontbijt. De
Delftse dichter Jan Boerkoel en ik wisselden elkaar af in drie ronden.
Niet eten tijdens het voordragen was de afspraak en de mensen aan twee
lange tafels hielden zich daar keurig aan. Maar ze deden meer. Als
je vaker voordraagt leer je stiltes interpreteren. Ben je ergens niet
op de goede tijd, niet op je plaats, sluit je voordracht onvoldoende
aan bij je publiek of omgekeerd, dan kun je je woorden in het beste
geval via oor één oor twee weer horen uitvliegen, maar
vaker hoor je de woorden in dode stilte op de grond vallen. Kloppen
de dingen wel, dan trilt de stilte van concentratie. In Gouda was er
die stilte.
Ik nam in Gouda de trein naar Den Haag en kreeg zoals
alle wachtenden op het perron van een medewerkster van de NS de vraag
of ik een kaart-met-gedicht wilde. Mijn enthousiaste reactie leverde
me de hele set van tien kaarten op, zodat ik nu in het blijde bezit
ben van een groot scala dichters, elk op hun eigen kaart.
In Den
Haag, op weg van perron naar stationshal, begint een man naast me te
zingen: In-Den-Haag-daar-woont-een-graaf. Liedjes zijn ook gedichten
en zo vaak komt het niet voor dat iemand in mijn stille-smoelenstad
in het openbaar in zingen uitbarst.
Het is gedichtendag en ik heb
Gerbrandy, Goudeseune, Harmens en Wigman nog te goed. Op naar de Passage.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Publiceer je gedicht in Meander
en bereik duizenden lezers
|
|
|
Barwoutswaerder * Dode zwarte katten
|
|
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=1783
|
door David Troch
op
27-01-2006
|
Noem mij Barwoutswaerder. Het is een geschikte
naam voor een sprookjesfiguur. Niet dat ik een rol in een vertelling
van Grimm ambieer, het is dat wildvreemden wel eens de neiging schijnen
te hebben om in die of vergelijkbare termen over mij te keuvelen. Ik
neem die wildvreemden dat niet kwalijk. Kind of kabouter, we moeten
allemaal een naam hebben. Deze kabouter heet Barwoutswaerder. Aangenaam.
|
Vrijdag de dertiende. Op zo'n dag ziet Barwoutswaerder niet
meer dan anders dode zwarte katten langs de kat van de weg liggen.
Hij staat er ook niet bij stil dat na het zien van zulk een vermorzeld
wezen er misschien wel eens wat akeligs zou kunnen gebeuren. Zwart
of niet zwart, een dode kat is een dode kat. Simpel als dat.
Het
was dan ook niet de zogenaamde onheilsdatum waarvan Barwoutswaerder
zijn buik omstreeks kwart voor vier in de namiddag begon samen te trekken,
wel de herinnering aan de neusverkoudheid die hem eerder die week zwaar
parten had gespeeld. Een nasale klank tot daar aan toe, maar de bijkomende
schuurpapieren keel, nee, dat was er als special effect teveel aan.
Er werd dan ook kwistig Vicks op de borst gesmeerd en neusdruppels
in de neusgaten gegoten in de dagen voor vrijdag de dertiende.
Die
dag reden Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame naar Amersfoort
voor de jaarfinale van Slamersfoort in cafétheater Borra. Twee
Belgen tussen niet eens weinig Nederlanders. Dat was tijdens de voorronde
in juni wel even anders. Toen waren nu ook weer niet zo gek veel poëzieliefhebbers
er getuige van hoe Freek Lomme het publiek en Barwoutswaerder de vakjury
voor zich wisten te winnen. Die Freek Lomme stuurde nu zelf zijn spreekwoordelijke
kat, net als Anne Tjerk Mante en Christiaan Mooiweer. Zo waren ze nog
met negen.
Negen kleine ...
Het was een lied dat Barwoutswaerder
en de wonderlijke jongedame onderweg niet gezongen hadden. Wel hadden
ze zich aan een voorspelling gewaagd. De twee gokten op een finale
van de finale tussen Pom Wolff, Alexis De Roode en een onbekende derde.
Want met Lotte Asveld, André Heijenkamp, Herman van Lunen, Hans
Gosslinga, Alex Franken en Floor Cornelisse waren het, met uitzondering
van Floor, stuk voor stuk dichters die ze nooit eerder aan het werk
zagen. En Barwoutswaerder dacht niet dat Floor het tot de finale zou
schoppen. Dus gunde de wonderlijke jongedame Barwoutswaerder het voordeel
van de twijfel. Ach, de liefde...
Overigens hadden de twee ook De
Roode nooit eerder aan het werk gezien. Ze hadden alleen een korte
impressie gehad met een internetfilmpje waarmee de kijker een verklaring
kreeg waarom De Roode het tot de halve finale van Poëzie 2005
had geschopt. Terecht. Bovendien had de roodharige man volgens onder
andere Poëzierapport met Geef mij een wonder een voortreffelijk
debuut bij elkaar gepend.
Het liep anders. Geen finale voor De Roode,
gek genoeg zelfs geen tweede ronde. Barwoutswaerder mocht na een liefdesronde
met een randje wel verder. Net als Pom Wolff die voortreffelijk nieuw
werk bracht, Lotte Asveld die deinde op ritmisch rijm, André
Heijenkamp die aardige poëtica in het rond wist te strooien (zijn
flat zou later die nacht voor Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame
een welkome slaapplek zijn, maar dat slechts tussen haakjes), Alex
Franken die zowaar het publiek inwandelde en Floor Cornelisse die haar
bekende versiertrucje bovenhaalde.
Ook na de tweede ronde zouden
weer drie dichters de valiezen moeten pakken. De jury besliste dat
dat André Heijenkamp, Alex Franken en Floor Cornelisse werden.
Journalist Wichard Maassen, de Amersfoortse publieksprijswinnaar van
vorig jaar Karlijn Groet, internetdichteres Ineke Wolf en café-uitbater
Willem Borra wilden wel van Pom Wolff, Lotte Asveld en zowaar
Barwoutswaerder een laatste ronde horen.
In die ronde leek Pom Wolff
af en toe de draad te verliezen, bracht Lotte Asveld haar meest ritmische
en wellicht ook meest poëtische vijf minuten, en verviel Barwoutswaerder
volgens de wonderlijke jongedame in de onhebbelijke gewoonte van de
monotonie. Geen dode zwarte kat die nog wist wie het zou worden.
Maar
voor die dode zwarte katten zich op hun andere zij hadden gedraaid,
was Maassen er al met het juryverdict. Hij zei dat het niet eenvoudig
kiezen was geweest tussen de man die de poëzie uit zijn lijf wringt
(Wolff), de vrouw die de poëzie uit haar lijf heupwiegt (Asveld)
en de man die de poëzie met heel zijn lijf de zaal lijkt in te
slingeren (Barwoutswaerder). Uiteindelijk koos de jury met Wolff voor
de oude rot in het vak. En ook het publiek volgde dat goede voorbeeld,
waardoor Pom met twee prachtige microfoontrofeeën en een niet
nader te noemen bedrag naar huis mocht.
Barwoutswaerder en de wonderlijke
jongedame zagen Wolff dat weliswaar niet doen, de twee muisden er eerder
van order. Maar niet voordat er afscheid werd genomen. Onder andere
van de perfecte gastheer Gijs Ter Haar die eerder die avond Barwoutswaerder
en heel wat andere aanwezigen had weten te raken door tussen twee rondes
één van de laatste gedichten van Victor Van der Daelen
voor te lezen, de Antwerpse dichter die enkele dagen eerder in zijn
slaap overleed.
Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame spraken
daardoor nog maar eens de wens uit nog heel lang te willen blijven
leven. Bijvoorbeeld om een met zetelkussens bij elkaar geïmproviseerde
slaapplek te kunnen delen. Bijvoorbeeld om na een ochtendwandeling
door Amersfoort, de winkelwandelstraten en de dom van Utrecht hand
in hand te ontdekken. Bijvoorbeeld om samen nog poëtische evenementen
als Beeldrijk te organiseren, al dan niet op Gedichtendag, al dan niet
in de bibliotheek van Tielt, al dan niet met naast henzelf ook Magda
Castelein, albrecht b doemlicht, Patricia Lasoen, Tine Moniek, Paul
Rigolle, Valerie Tack en Jan van meenen.
Bijvoorbeeld om dode zwarte
katten te tellen.
pst: Vegetariër Barwoutswaerder laat nog
weten dat hij geen enkele kat dood wenst, zwart of niet.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|