overzicht
dichters


de auteur

leverbare
titels


Volg de blauwe route voor een wandeling door Meander

Gerrit Krol


 

FOSBURY FLOP

2 meter 8. Hoe het godsmogelijk is, over je eigen lengte heen te springen. Vooral als je een vrouw bent.

Wat zou ik graag, terwijl ik nietsvermoedend op een grasveld een pijpje stond te roken, een vrouw hebben die met gemak over mij heen sprong.

Een vrouw die mij voerde. Rijstekorrels. Opdat ik op haar hand zou plaatsnemen.

Of pinda's. Geregen aan een draad.

Niet op haar hand gezeten, maar hangend en ronddraaiend onder het lichte gewicht van mezelf.

Niet het gewicht, maar de snelheid.

De snelheid waarmee de tuin in de rondte draait.

Geen pinda's, maar een appel.

Een appel steel je eerder dan een peer, als jongen.

Een meisje neemt eerder een peer, zal eerder een peer nemen.

Mag ik iets zeggen?

Dat schilderij hangt scheef.

Haal een nieuw uit het magazijn.

Trek de gordijnen open en geniet van het uitzicht op Oudewater.
De vreemdeling, op de Stadswaag beoordeeld naar zijn gewicht.

Naar zijn sprongkracht.

Gemeten is hij zwaarder, naar zijn hoogte lichter dan hijzelf.

De geelblauwe kleur van de lucht en daaronder de weegschaal, het water.

Geen geelblauwe lucht, want regen en verkeersstrepen. Tweede helft twintigste eeuw.
Geen strepen voor het verkeer, maar de in het gras getrokken middenlijn, die de cirkel in tweeën snijdt. De fluit aan de mond, de bal langs de voet voort te drijven, af te geven en toch niet af te geven, maar te rennen met de bal aan de voet, niet aan de voet, maar over de hoofden heen, opvangt op de borst, de armen gespreid, en met een strak schot afmaakt. Niet afmaakt, maar de bal aan zijn voet kwijtraakt, terugkrijgt, draait en voor zichzelf houdt, stillegt.

Dat je elk van de spelers bezig zou zien in gevecht met zichzelf en de bal.

Niet de bal, maar de man die hij ontwijkt en vastgrijpt.

De rondspringende bal die onder de arm wordt genomen.

Die je lopendeweg opneemt uit het gras en in je zak steekt. Twee ballen.

Niet twee, maar één.

Eén tennisbal.

Zou die door de kracht van de klap.
Door zijn fluitende snelheid.
De aerodynamische vorm hebben aangenomen van een ei?
Dat hij tijdens de vlucht een voor- en een achterkant heeft?
De vorm van een vleugel?

De auto's vliegen langs de wegen.

De spelers vrolijk hun partij.

Een mensheid die maar één keer leeft.

Een zon die maar één keer schijnt.

En dat je Willem hoort vertellen hoe soepel hij de marathon gelopen heeft.
'Als een wieltje.'

Er zijn mensen die de marathon van New York in hun eigen woonplaats lopen, bijvoorbeeld in Kaapstad en hun horloges hebben bijgesteld.

Niet in Kaapstad, maar in Alma Ata. De wonderbaan van Alma Ata. Er zijn mensen die daar wonen, die schaatsen daar.

Zo goed als er schaatsers zijn die in Friesland wonen. Friezen.

Geen Friezen, maar: Sjilkov, Gontsjarenkov en Grisjin. 1954. De eerste Russen.

Eén hamer. Eén sikkel.

Dat niet jij gewonnen hebt, maar je volk.
Dat je je volkslied meezingt.

Dat je de uitvinder bent van de Fosbury Flop.

Mexico, 1968. Het olympisch goud hoogspringen ging naar de Amerikaan Fosbury.
Geen schotse sprong, geen schroef, Hij sprong zijdelings achterover. Gleed ruggelings over de 2 meter 24 hoge lat, was daarmee op slag beroemd.

Maar niet langer dan een dag. De eenentwintigjarige kampioen nam het vliegtuig naar Europa, dook onder bij vrienden in Oudewater, Zuid-Holland en woont heden ten dage in Ketchum, Idaho, waar hij een ingenieursbureautje heeft en niemand hem als hoogspringer kent.

 

 

Dit gedicht is nog ongebundeld
© 2000 Gerrit Krol

Volg de blauwe route voor een wandeling door Meander